Tsuru logo TSURU - Olen
Ju-Jutsu

Over Ju Jutsu

Allereerst dient opgemerkt te worden dat er vele schrijfwijzen zijn voor de term Ju Jutsu. Of het nu Ju-Jitsu, Jiu-Jitsu, Ju-Jutsu of nog een andere schrijfwijze is, men bedoelt er steeds hetzelfde mee.

Ju-Jitsu

Ju-Jitsu is de optimale vrijheid. Het geeft een stuk zelfvertrouwen, een groot vrijheidsgevoel en heeft zijn weerslag op alle facetten van het leven. Deze kunst vraagt geen spelregels op papier. We moeten ons kunnen verdedigen vanuit het centrum (Hara). Het centrum is de balans. Van hieruit verplaatsen we ons. Het gaan, wenden, katachtig, vertraagd en explosief. Het beheerst de ongeschreven wet, door niet te doen, te doen. Alle sporten hebben spelregels en daardoor beperkingen. Jiu-Jitsu en Aiki-do kennen geen Chiai (wedstrijd) in die zin dat er geen gelijke technieken worden toegepast. hetgeen bij judo, boksen, Kendo, Taekwondo en karate wel het geval is. Het zou ook te gek zijn als we deze allround kunst in een open gevecht zouden toestaan.

De Ju-Jitsu-leraar vergeet in zijn programma niet weerstandsoefeningen op te bouwen. Bij weerstand komt men pas tot de ontdekking welke oefeningen men het beste beheerst. Een bepaald incasseringsvermogen is op te bouwen door middel van het zogenoemde Randori (oefengevecht), waardoor tevens dan het reactievermogen wordt verscherpt. De goede Ju-Jitsu-leraar zal de duellerende prikkel laten ondergaan. De veelheid van de stof biedt daarbij ongelooflijke variaties. Toch zullen we selectief te werk moeten gaan, indien we een zekere mate van weerbaarheid willen verkrijgen. Veel is interessant en recreatief, maar.. de zelfverdedigingswaarde moet uitgetest worden. Is dat nu zo nodig om zich in hoge mate te bekwamen? Ja, juist door er iets van maken, zal het zijn weerslag hebben op je doen en laten. Alles wordt dus beheerst door de geest. De oosterse filosofie leert ons dat we in het lichaam wonen. Zorg er dus voor het lichaam onder controle te krijgen.

(uit: "Jiu Jitsu do" van W.Boersma en M. den Edel)


De Geschiedenis

Volgens de traditionele systemen van de vechtkunsten ging de strijder pas over tot lijf -aan-lijf vechten als al het ander had gefaald. De klassieke krijger vocht geharnast, zodat de vaardigheden van de lege hand wanneer zij in de praktijk werden gebracht, enigszins robotachtig overkwamen. Wanneer een ongezadelde ruiter zonder wapens vocht streefde deze strijder ernaar zijn tegenstander uit diens evenwicht te brengen en hem vervolgens, gebruik makend van een greep of wurging, beet te pakken. Aldus zou hij tijd genoeg hebben om zijn korte dolk te trekken en deze door een gat in de wapenrusting te steken en de vijand in een vitaal punt te treffen.

Ju Jitsu

In het Japan van tussen de 17e en 19e eeuw begonnen de Samurai zich aan te passen aan een wat vrediger samenleving, verlost van de bloedige burgeroorlogen uit vroeger tijden. Vaak werden de Samurai belaagd door bandieten of wetteloze Samurai (ronin). De behoefte aan een techniek voor de lege hand werd steeds groter en helemaal acuut toen het de Samurai werd verboden een zwaard te dragen. Ju jitsu is een oude Japanse vechtkunst, die zowel gewapende als ongewapende technieken kent. Het wordt beschouwd als de grootvader van aikido en judo. Ju Jitsu is vóór alles een vechttechniek, die oorspronkelijk gebruikt werd door de Samurai. Het systeem omvat uiteenlopende vaardigheden, van het raken van vitale punten en stoten, tot worstelen en technieken om ledematen in houdgrepen te nemen. Men zegt wel dat jiu jitsu voor het eerst zo’n 2000 jaar geleden werd beoefend. En veel mensen denken dat het de stamvader van alle Japanse vechtkunsten is.

Modern aanzien

Tegenwoordig ligt bij ju jitsu de nadruk op het uit positie brengen van gewrichten door middel van een greep of worp. Met andere woorden beoefenaren van deze kunst gaan niet tot het einde. De grepen zijn dermate volledig, dat alleen al de dreiging ernstig letsel op te lopen wanneer er een wordt aangelegd, afdoende is om zelfs de uiterst hardnekkige tegenstander om genade te doen smeken.

Jitsu betekent 'kunst' of 'vaardigheid' en jiu 'zacht'. Vrij vertaald komt het er dus op neer dat jiu jitsu de zachte kunst is, al zou men dat niet denken wanneer men in Japan vaardige beoefenaren die minder dan 60 kilo wegen, met uit de kluiten gewassen Westerlingen ziet smijten alsof het speelpoppen zijn.

De Samurai

Jiu jitsu was evenzeer een Samurai-wapen als het zwaard. Reeds vanaf jeugdige leeftijd werden de Samurai getraind in armgrepen en technieken om botten van tegenstanders te breken. Voor angst voor de dood was in het Samuraihart geen plaats, want voor hem gold de code van Bushido, 'de Weg van de strijder'. Elke Samurai was getraind in de worpen en worsteltechnieken van jiu jitsu. De Samurai beschikten over speciale getekende kaarten, waarop de vitale delen van het menselijk lichaam waren aangegeven. Speciaal gemarkeerd waren de gebieden van het menselijk lichaam waar één gerichte stoot de dood tot gevolg had. Deze kaarten stelde men al heel lang samen en ze werden uitgetest op ter dood veroordeelde gevangenen.

De code van Bushido

Alle Samurai leefden volgens de uiterst strenge gedrags- en disciplinecode met de naam Bushido. Dit was een morele code tot loyaliteit, plichtsbetrachting en gehoorzaamheid die ontwikkeld was om bij de training van strijders in de vechtkunsten een zeer hoog niveau te bereiken. Een vergelijking met de codes van ridderlijkheid m middeleeuws Europa ligt voor de hand. Maar Bushido was in feite méér, veel meer. De code was een gids voor het dagelijks gedrag van de Samurai. Zou een strijder deze regels overschrijden, dan verwachtte men dat hij zichzelf overeenkomstig de code tot de orde zou roepen - en indien nodig daarbij tot het uiterste zou gaan, dat wil zeggen tot seppuku (de officiële benaming voor hari-kiri oftewel de buik opensnijden). Vechten was voor een Samurai zijn enige roeping en in sommige gevallen kon het zelfs een obsessie worden genoemd. Als er niet gevochten werd, wanneer de strijders uit het feodale Japan niet betrokken waren bij een van de vele oorlogen uit die periode wijdden ze hun tijd eveneens aan vechtkunsten, zij het meer bij wijze van sport. Maar ook dan gold de code. Het behalen van de overwinning in strijd, of die nu echt was of niet, daar draaide het om. Het was dan ook heel gewoon dat beoefenaren niet terugkeerden van deze sportieve gebeurtenissen. De levensgevaarlijke technieken die in de zogenaamde sport van die dagen werden gebruikt, leverden tal van doden op.

Zen in de vechtkunsten van Japan

De Zen-sekte van het Boeddhisme sprak de Samurai het meest aan, omdat dit geloof leerde dat de verlossing niet kwam van de een of andere god ver weg, maar vanuit het individu zelf. Het idee dat de mens invloed kon uitoefenen op zijn eigen lot sprak deze mannen, die dagelijks te maken hadden met dood en oorlog, zeer aan. Japan was het shintoïsme op dat moment de officiële godsdienst en de twee religies konden zonder al te veel problemen naast elkaar bestaan. Maar de invloed van Zen op de Japanse vechtkunsten in het algemeen werkte lang door.

Jiu Jitsu als sport

De klassieke Japanse vechtkunsten gelden niet als sport. Hoewel jiu jitsu uitsluitend een vechtkunst is, heeft het zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot een sport- en wedstrijdgebeuren. Op het niveau van sport heeft het jiu jitsu een aantal dodelijke technieken laten vallen, omdat anders overal ter wereld de arena's met doden bezaaid zouden raken. Veel steunpilaren van het traditionalisme weigerden deel te nemen aan wedstrijden, omdat zij van mening zijn dat dit moderne concept een verwatering betekent van de klassieke vechtkunst jiu jitsu.

Jiu Jitsu-stijlen

Wetenschappelijke onderzoekers hebben het spoor van jiu jitsu terug kunnen volgen tot de oude Japanse kunst van het sumo in 23 v.Chr. In oude geschriften wordt melding gemaakt van meer dan 700 verschillende jiu jitsu-scholen in het feodale Japan. Volgens dezelfde oude documenten bracht Takenuchi Hisamori als eerste in 1532 systeem in het jiu jitsu. Hij stichtte toen namelijk Takenuchi-Ryu. Zoals overal ter wereld bij elke vechtkunst gebeurde, ontstonden er afwijkende vormen van het oorspronkelijke systeem. Een in de VS populaire stijl, 'small circle jiu jitsu' geheten, werd ontwikkeld door professor Wally Jay uit Almeda, Californië.

Training van strijdkrachten

Sinds de eeuwwisseling is de jiu Jitsu-kunst in de Westerse wereld bekend. Met name de politie onderkende spoedig de doeltreffendheid van deze ongewapende-gevecht methode, die bovendien vrij makkelijk en snel te leren is. Geleidelijk aan kregen steeds meer politiekorpsen deskundig jiu jitsu-onderricht. Er ontstonden trainingsschema's en alle politiemensen leerden de grondbeginselen van jiu jitsu. In sommige landen werden landmachtrekruten evenaren de fundamentele worpen en grepen bijgebracht. Maar met de opkomst van het verschijnsel van de speciale commandotroepen verdween de noodzaak elke soldaat deze technieken te leren.

Tweede Wereldoorlog

Met de aanval op Pearl Harbor raakten de VS tot over hun oren betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Omdat het noodzakelijk was achter de vijandelijke linies geheime missies uit te voeren. werd het Pentagon genoopt Japanse Amerikanen van de tweede generatie te rekruteren die nog steeds onovertroffen kennis van en vaardigheid in de duistere kanten van de vechtkunsten in Japan haden. Spoedig werden deze commando’s getraind in snelle wurgtechnieken om geruisloos schildwachten te kunnen doden. Tevens leerde men de zenuwpunttechnieken of atemi-waza. Enkele weken daarna werden geheime agenten van de OSS erop uit gestuurd, gewapend met een heel arsenaal van dodelijke ongewapend-gevecht-technieken , die hun bij hun geheime werk te pas konden komen.

Technieken om weer tot leven op te wekken

Merkwaardig genoeg moet de leerling wanneer hij zich bezighoudt met de klassieke jiu jitsu-kunst, het hele scala van bewegingen en technieken doorwerken. Hij moet leren worstelen en uit evenwicht brengen, ledematen breken en tegenstanders die drie keer zoveel wegen als hijzelf op de grond werpen, voordat hij de geheime kunst mag leren, de vaardigheid om een tegenstander weer tot leven te wekken. Deze bijzondere techniek staat bekend als kuattsa. Dat men deze vaardigheid pas het laatst leert is te verklaren vanuit het feit dat jiu-jitsu ontstaan is als vechtkunst voor gebruik op het slagveld, zodat het doden van tegenstanders prioriteit had. Wanneer een strijder zijn tegenstander half had gedood, zich vervolgens bedacht omdat hij misschien eerst nog informatie uit die tegenstander wilde peuren, kan hij hem weer tot leven wekken door middel van een van de technieken die hem geleerd waren. Ook nu nog zijn deze oefeningen uitsluitend weggelegd vuur de meest gevorderde beoefenaren van het jiu jitsu.

(Uit: "Oosterse Vechtkunst" van P.Lewis)



Copyright © 2006 www.tsuru.be   alle gerechten geserveerd